Töpfereimuseum
Ceramiek - Pottenbakkersmuseum
 
Töpfereimuseum
 
Töpfereimuseum
 
Patrimoine Europeen

Musea

Aardewerk uit Raeren = Europees cultureel erfgoed

Sinds 8 mei 2007 mogen het historische aardewerk uit Raeren en de belangrijkste verzameling van dit "steengoed" in het pottenbakkersmuseum van Raeren op voorstel van de Belgische Duitstalige gemeenschap het label dragen van "Europees cultureel erfgoed".

Daarmee staan zij op hetzelfde niveau als de Acropolis in Athene, het Paleis van Knossos, de abdij van Cluny, het "ereplein" van het pauselijk paleis in Avignon, het Prinsbisschoppelijk Paleis in Luik en vele andere vooraanstaande getuigen van het Europees cultureel erfgoed.

Dat dit geenszins onterecht is, bewijst onder andere het feit dat aardewerk uit Raeren op de meeste bekende Vlaamse en Nederlandse genreschilderijen uit de 16de en 17de eeuw te zien is als dagelijkse gebruiksvoorwerpen, o.a. op het wellicht bekendste schilderij van dit genre, "Boerendans" en "Boerenbruiloft" van Pieter Brueghel de Oude.

Al in de 15de eeuw werden kruiken en kannen uit Raeren in heel Noord-Europa als dagelijks serviesgoed verhandeld en gebruikt door de mensen in de dorpen en steden. Vanaf de 16de eeuw ontwikkelde het zich tot rijkelijk versierd Renaissance siervaatwerk dat als drink- en schenkmateriaal diende voor koningen, vorsten en hoge geestelijken. Grote meesters als Jan Emens Mennicken, Jan Baldems, Baldem Mennicken, Engel Kran, Willem Kalff en Emont Emonts, om er maar een paar te noemen, versierden hun kruiken en kannen met heel gevarieerde beeldmotieven, die ontleend waren aan de grafische drukkunst uit de Renaissance. Lokale voerlui exporteerden de producten vanuit Raeren, waar in die tijd naar schatting elk jaar ca. 600.000 stuks werden geproduceerd, tot in Litouwen en Rusland. Via de handelsroutes van het hanzeverbond werden ook heel veel kruiken verkocht. Bij opgravingen over de hele wereld is ceramiek uit Raeren aangetroffen, o a. in graven van Noord-Amerikaanse indianen en op Nederlandse scheepswrakken voor de westkust van Australië.

Tegen het einde van de 19de eeuw, kort na het definitieve einde van de productie in het jaar 1850, kwamen kunsthandelaren en grote verzamelaars uit heel Europa naar Raeren, om er de eerste archeologische opgravingen bij te wonen en de nog overgebleven pronkschalen uit de 16de eeuw tegen buitensporige prijzen op te kopen. Zij legden de basis voor de tot op vandaag behouden gebleven exemplaren van deze schitterende ceramiek, die de voorloper was van het Europese porselein.
 

Vandaag vinden we de producten van de kunstceramisten uit Raeren terug in de collecties van alle grote Europese musea, zoals het Louvre in Parijs, het British Museum en het Victoria & Albert Museum in London, het Rijksmuseum in Amsterdam, de Ermitage in St. Petersburg, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en de meeste grote Duitse musea, bv. in het Duitse Ceramiekmuseum – Hetjens Museum in Düsseldorf.